De dag dat Formule 1 ‘lift & coast’ werd: het Accountant Tijdperk.

"De F1-regels van 2026 moesten de sport revolutioneren. In plaats daarvan lijken ze precies de nachtmerrie te creëren waar Max Verstappen al in 2023 voor waarschuwde: batterijen managen in plaats van racen."

De dag dat Formule 1 ‘lift & coast’ werd: het Accountant Tijdperk.

Hoe F1 de waarschuwing van Max Verstappen negeerde en zijn ziel verloor

In de zomer van 2023, terwijl de rest van de wereld stond te kijken naar de dominantie van de RB19, zat Max Verstappen ergens in een simulatorruimte zonder ramen in Milton Keynes naar de toekomst van de Formule 1 te kijken.

En hij was er allesbehalve enthousiast over.

“Het ziet er verschrikkelijk uit. Het lijkt erop dat het een ICE-competitie wordt… en als het systeem straks de aero en het vermogen voor je gaat regelen, weet ik niet of dat de juiste richting is.”

Fast forward naar het begin van het seizoen 2026.
Als we nu naar de auto’s kijken die op de rechte stukken “clippen” en in FP3 klinken alsof er een generator staat te sputteren, dan is één ding duidelijk:

De Formule 1 heeft Max niet alleen genegeerd — ze hebben precies de nachtmerrie gebouwd waar hij voor waarschuwde.


Van “flat-out” naar Formule E op steroïden

De regels voor 2026 beloofden lichtere, wendbare auto’s en een nieuwe generatie hybride power units.

In de praktijk hebben we nu een 50/50 verdeling tussen verbrandingsmotor en elektrische power die de hele aard van de Formule 1 verandert.

In 2023 waarschuwde Max al dat de enorme afhankelijkheid van batterijvermogen voor “raar rijden” zou zorgen.

Dat is inmiddels precies wat we zien.

De beste coureurs ter wereld moeten tegenwoordig liften en coasten tijdens kwalificatierondes. Alleen al die zin zou eigenlijk een misdaad moeten zijn in de hoogste klasse van de autosport.

De batterijen lopen zo snel leeg dat als een coureur een hele ronde écht vol gas gaat, hij letterlijk zonder stroom komt te zitten.

Het gevolg: soms wel 60 km/u verlies vlak vóór de finishlijn.

Zoals Verstappen het tijdens de wintertests omschreef:

“Het voelt een beetje als Formule E op steroïden. Ik hou ervan om gewoon flat-out te rijden, en dat kan nu eigenlijk niet meer.”


De “Hot Wheels”-uitstraling

Het probleem zit niet alleen in hoe de auto’s rijden, maar ook in hoe het eruitziet.

Met de komst van actieve aerodynamica — X-mode op de rechte stukken en Z-mode in de bochten — lijken de auto’s steeds meer op afstand bestuurbare speeltjes.

Het geluid

Zonder de MGU-H die de turbo dempt zijn de motoren wel luid, maar het klinkt rommelig.

Ze zoeken constant naar toerental om de batterij te laden en missen dat rauwe, agressieve geluid dat een race-motor hoort te hebben.

De fysica

Nog vreemder is het moment waarop een auto midden op een recht stuk ineens “tegen een muur” lijkt te rijden omdat de elektrische power op is.

Dat oogt niet als topsport.

Het lijkt eerder op een slotcar die even het contact met de baan verliest.


De onzichtbare race

Fans krijgen ondertussen te horen dat ze naar batterijpercentages op het scherm moeten kijken.

Maar zoals veel fans al hebben opgemerkt: dat zijn vaak alleen AWS-berekeningen, geen echte telemetrie.

Met andere woorden: we moeten juichen voor een balkje dat van 20% naar 80% gaat, in plaats van voor een coureur die een aanval inzet in een bocht.

Voormalige coureurs en andere “corporate” stemmen zeggen dat we geduld moeten hebben en de strategische diepte moeten waarderen.

Maar racen hoort geen schaakspel van energieboekhouden te zijn.

Het hoort een gevecht te zijn tussen coureurs, grip en lef.


De uitgang staat open

Voor veel fans voelt 2026 niet als het begin van een nieuw tijdperk, maar eerder als het einde van een obsessie.

Als de “pinnacle of motorsport” minder draait om het rechtervoet van de coureur en meer om de batterijsoftware van een engineer, dan verdwijnt het sportgedeelte uit de sport.

Max Verstappen heeft al vaker laten doorschemeren dat hij niet eindeloos in een serie wil rijden waar je vooral batterijen moet managen.

Met interesse in races als de Nürburgring 24 uur en Le Mans kijkt hij ook naar vormen van racen waar het nog gewoon draait om rijden.

Echt racen.

Waar je niet 600 meter vóór een bocht al van het gas moet om ervoor te zorgen dat je “Hot Wheels-boost” de volgende ronde nog werkt.

Als de Formule 1 niet snel luistert, kan het zomaar gebeuren dat ze straks de meest geavanceerde motoren ter wereld hebben…

maar niemand meer die ze wil besturen.

En misschien nog erger:

niemand meer die ernaar wil kijken.